Normandië; D-day 2004

Na een lange periode van sleutelen aan de Dodge, is deze in de nazomer van 2003 eindelijk klaar voor een evenement: het Achterhoekweekend. Hier maken we voor het eerst echt kennis met mede-clubgenoten die allen zijn gegrepen door het groen-virus. Hier laten we ons dan ook overhalen om in juni 2004 af te reizen naar Normandië voor de grootse herdenking van 60 jaar D-day. Na de nodige voorbereidingen is het op 31 mei dan eindelijk zover: we gaan op reis! Vanuit Coevorden zakken we af richting het midden van het land en uiteindelijk in Zeeland is het reisgezelschap compleet: een jeep, een ambulance en vier dodges, met bestuurders en bijrijders, klaar voor een groot spektakel.

Met de jeep voorop vertrekken we met de zes auto’s naar Frankrijk. Ergens tussen Calais en Boulogne-sur-Mer zoeken we een camping om te overnachten. ’s Avonds vernemen we dat een andere colonne van onze club (Keep Them Rolling) bij een ongeval betrokken is in de buurt van Rouen en dat er een dode te betreuren is. Dit bericht druk de stemming wel een beetje; het geeft een apart cachet aan de Normandië-tour.

Naarmate we dichter bij onze eindbestemming komen, komen we steeds meer groene colonnes tegen. Daarnaast zijn er ook veel voertuigen die niet zelf rijden, maar op aanhangers en trailers etc vervoerd worden. We hebben ontzettend veel bekijks; er wordt continu getoeterd en gezwaaid naar onze collone. Aan het eind van de volgende dag (het is inmiddels 2 juni) bereiken we de eindbestemming: Courseulles-sur-Mer. Omdat het KTR-kamp pas op 3 juni ingaat en we niet zeker weten of we kunnen blijven staan, zetten we onze spullen minimaal op.

Op 3 juni melden we ons bij de KTR-balie; het officiële verblijf kan beginnen! Na onze badges, t-shirts en truien te hebben opgehaald, worden de kampeerplekken verdeeld. Gelukkig mogen we met z’n allen blijven staan op de drie plaatsen die we met elkaar hebben ingenomen. Na wat herschikken staan de tenten en de auto’s op hun plek. We zijn klaar voor ons verblijf hier. Overdag rijden we wat rond in de omgeving en we krijgen lamme armen van het zwaaien naar de mensen. Iedereen is al in de ban van D-day. ’s Avonds bij de eerste briefing wordt eerst het slachtoffer van het verkeersongeval herdacht. Iedereen krijgt ook een zwart lintje voor aan de auto. Daarna wordt het programma voor 4 juni bekend. We zitten aan het Juno Beach, waar de Canadezen de hoofdrol hebben gespeeld. Dit houdt in, dat er voor de Canadese voertuigen een rol is weggelegd. De Canadese overheid heeft een aantal voertuigen aangewezen, die mogen deelnemen aan het officiële defilé op 4 juni. We zitten erbij!! Onze reisvrienden “ blijven thuis”, zij hebben allen Amerikaanse voertuigen.

’s Ochtends om kwart voor 8 moeten we verzamelen. Terwijl we in een lange rij van zo’n 35 voertuigen staan te wachten op het arriveren van de veteranen, worden de auto’s geïnspecteerd door de Mounties. Eindelijk komen de bussen met de veteranen eraan. Zij stappen over in de gereedstaande auto’s. We zijn gezegend met zes kranige mannen, die vol lof zijn over onze auto en over het feit dat we onszelf zo vrijwillig ter beschikking stellen. Minpuntje volgens de heren is het gebrek aan drank, en dat om half 10 ’s ochtends! Uiteindelijk zette de stoet zich in gang voor een rondtour door Courseulles en omgeving. De straten stonden werkelijk vol met juichende, zwaaiende mensen en ook onze lading liet zich niet onbetuigd. “ We are Canadians!” was nog een beschaafde kreet. Regelmatig werd er ook naar vrouwelijk schoon geroepen “ I remember you!” Er werd zelfs gevraagd of we misschien ook konden stoppen om een mooie dame in te laden….. Op verzoek een extra rondje om de rotonde gereden, tot grote hilariteit van het publiek. De aandacht voor de veteranen was werkelijk overweldigend en bezorgde ons de rillingen op onze rug. We zijn ook ik weet niet hoe vaak gefotografeerd en gefilmd.

Uiteindelijk kwamen we bij een feesttent, waar we de mannen hebben laten uitstappen voor een officiële bijeenkomst, met de bedoeling ze later weer in te laten stappen voor het vervolg van de rit. Het weer gooide roet in het eten: het begon te regenen, waarna de leiding besloot dat de veteranen maar weer met de bus verder moesten in plaats van met de voertuigen. Volgens ons was alleen de leiding het eens met dit plan; de veteranen en wij zeker niet. Maar goed. De bussen voorop met veteranen en de voertuigen er achteraan, op naar de volgende bijeenkomst.

Zo langzamerhand zagen we dat de meesten de interesse voor het officiële gedeelte begonnen te verliezen en meer zin hadden in lekker bijkletsen onder het genot van een drankje. Voor ons was het aan het eind van de middag weer tijd om af te reizen naar de camping. Ook de veteranen zouden weer terug gaan naar hun hotels. Er kwam een veteraan bij ons die niet meer wist met welke auto hij gekomen was, maar of hij dan met ons mee mocht. Natuurlijk, van ons wel. Uiteindelijk hadden we alsnog zes man (vier veteranen en aanhang) in de auto zitten, die we bij het beginpunt van de dag hebben afgezet. Bleek dat twee ervan bij een andere groep hoorden, dus dat bracht enige onrust teweeg. Maakt niets uit; wij vonden het leuk en die mannen ook.

‘s Avonds weer een briefing, waarin werd verteld dat een select gezelschap van de voertuigen de volgende dag weer paraat mocht zijn: mochten we weer meedoen! Die avond hebben we afgesloten met een fakkeloptocht waarbij alle KTR-voertuigen meereden: 350 stuks. We hadden passagiers bij ons, die de fakkels hebben vastgehouden. Het hele dorp was uitgelopen en stond langs de weg; op sommige stukken stonden zoveel mensen dat we er nauwelijks doorheen konden rijden. Overal werd geapplaudisseerd, gefilmd en gefotografeerd en op een gegeven moment hingen we allemaal uit de auto high-five met het publiek te doen. Op het marktplein was het groot feest met versiering en muziek. Het was werkelijk fantastisch! Rond middernacht was de tocht beëindigd.

De dag erna, op 5 juni, waren we om half 10 weer present. Er waren een paar plechtigheden in het dorp Courseulles waar we met onze voertuigen als decorum fungeerden. Vervolgens gingen we in optocht naar het marktplein: Fanfare, belangrijke mensen, wij in onze auto’s, nog meer fanfare. Onderweg natuurlijk weer veel zwaaien en er zijn weer veel filmopnames en foto’s gemaakt. Na de plechtigheid op het plein hebben de aanwezige voertuigen nog een paar uur voor de show opgesteld gestaan. Op een paar meter afstand hebben we op een bankje zitten kijken naar wat er allemaal gebeurt: de auto moet slijtplekken vertonen van de vele foto’s die ervan gemaakt zijn! Rond een uur of half 2 vond er een bloemengroet op zee plaats: een viertal ducks (amfibivoertuigen) met hoogwaardigheidsbekleders, veteranen en een orkest doedelzakken ging vanaf het strand de zee op om kransen te leggen. Mooie plechtigheid en vooral ook spectaculair vanwege de voer/vaartuigen. Daarna zijn we met z’n allen naar de Amerikaanse begraafplaats geweest in de buurt van Omaha Beach. ’s Avonds bij de briefing werden de toegangskaarten uitgedeeld voor De Herdenking op 6 juni. Deze uitnodiging was alleen voor de chauffeurs van de defilés, maar het is de volgende dag toch gelukt om voor ons beiden een toegangsbewijs te krijgen.

D-day begon voor ons weer vroeg: we moesten voor 9 uur binnen zijn en het was toch wel een half uur lopen (op die dag mochten er geen voertuigen rijden). Op de tribune gezeten in de zinderende hitte, bij een zwaar beveiligde plechtigheid waarbij ook de premier van Canada en queen Elizabeth II aanwezig waren, evenals zeshonderd Canadese veteranen. Na de toespraken volgenden de kransleggingen waarbij verschillende volksliederen werden gespeeld. Onderwijl kwamen een paar vliegtuigen overvliegen: een Lancaster en twee Spitfires maakten er een show van; fantastisch! Daarna kwam het gedeelte waarbij de veteranen de hoofdrol speelden: eerst handen schudden met de hoogwaardigheidsbekleders die zich daarna geruisloos uit de voeten maakten op weg naar de middagplechtigheid in Arromanches en vervolgens gingen de veteranen met elkaar het strand op onder begeleiding van een staande ovatie van ruim een half uur. Toevalligerwijs kwam er op dat moment ook een krans aanspoelen die de vorige dag op zee was gelegd; hoe symbolisch.

Vervolgens werden de veteranen in de watten gelegd met een hapje en een drankje. Voor ons was het inmiddels tijd om eens op te stappen, we hadden al een vijftal uren in de brandende zon gezeten. Heel langzaamaan zijn we weer eens teruggewandeld richting de kamping. Onderweg kwamen we een oud vrouwtje tegen met rollator, boodschappentassen en een hondje, die heel graag een van onze vlaggetjes hebben wilde. We hebben er een aan haar gegeven en ze was de koning te rijk. Mooi toch. De rest van de dag hebben we onder het genot van hapje/drankje een beetje zitten bijkomen van alle belevenissen van de laatste dagen. ’s Avonds was er vuurwerk:op alle stranden van Normandië werd tegelijkertijd hetzelfde vuurwerk afgestoken en dat kon je bij ons vandaan (op de kade vlakbij de kamping) zien.

Op 7 juni was er een tourtocht georganiseerd voor de Amerikaanse en Engelse voertuigen. Ditmaal mochten onze reisvrienden dus vroeg op en mochten wij voor de verandering eens thuis blijven. We hebben de ochtend benut met relaxt ontbijten en wat huishoudelijke activiteiten. Rond de middag zijn we wat gaan slenteren in Courseulles, hebben we daar geluncht en geshopt en ’s middags hebben we nog wat rondgereden in de omgeving. Eindelijk een rustige dag en daar waren we ook wel aan toe. Aan het eind van de middag in zee geweest: koud! Maar we zijn erin geweest en daar ging het om.

De 8e zijn we weer eens met z’n allen op pad geweest: naar Arromanches om souvenirs te kopen. Daarna zijn we bij Asnelles het strand op geweest met de Dodges. Leuke filmpjes en fotootjes gemaakt. Daarna hebben de heren de auto’s gewassen en hebben de dames boodschappen gedaan. ’s Middags was er een onderdelenbeurs tegenover de kamping voor de liefhebbers: weer zo’n mannenaangelegenheid. De dames zijn nog even gaan zwemmen. ’s Avonds was er een Vin d’ honneur, aangeboden door de burgemeester van Courseulles, als dank voor onze aanwezigheid. De locoburgemeester was ter plekke aanwezig en vertelde dat het volk met name zeer genoten had van de fakkeloptocht. Wij ook. Dat de geschonken champagne uit flessen kwam met etiketten van (THT) 2003, mocht de pret niet drukken.

De laatste dag zijn we wel met z’n allen op pad geweest: naar St Mere-Eglise voor de nodige souvenirs (voor zover we die nog niet hadden), en van daaruit weer terug langs divers bezienswaardige plaatsen zoals Pointe du Hoc. Al met al zijn we toch wel de hele dag onderweg geweest en we weten een ding zeker: we moeten nog eens terug om van alles te gaan bekijken: we zijn nog geen museum in geweest. ’s Avonds hebben we onze spullen zoveel mogelijk ingepakt met het oog op de terugreis.

Donderdag hebben we de terugreis aanvaard. Zonder problemen hebben we behoorlijk wat kilometers gemaakt en overnacht voorbij Calais. Een van de Dodges had toch wel wat problemen, maar dat is door de aanwezige heren in de avonduren (van 8 tot 12, zeg maar) in gezamenlijkheid vakkundig en doeltreffend opgelost.

De volgende dag hebben we de reis voortgezet en na de Westerscheldetunnel hebben we afscheid van elkaar genomen. Rond half 9 waren we weer in Coevorden, moe maar voldaan, zoals het hoort.